Het waarom van deze campagne?
Waarom zichtbaarheid, bespreekbaarheid en gedragenheid het verschil maken voor naasten?
Auteurs: Céline Hinnekens, vzw Samen naast Verslaving & Gilles Geeraerts, VAD
Wie leeft naast iemand met een verslaving, wordt zelden gezien als iemand die het ook moeilijk heeft. De meeste aandacht - in de hulpverlening, in de media, in ons collectief beeld van verslaving - gaat naar de persoon die verslaafd is. Dat is begrijpelijk en ook nodig. Maar het laat een hele groep mensen op de achtergrond: partners, kinderen, (groot)ouders, broers en zussen, vrienden,... Mensen die meeleven, meelijden en vaak jarenlang zoeken naar een manier om te dragen wat niet gemakkelijk te dragen is.
Deze campagne is er voor hen. Naast het verhaal en het lijden van de persoon met een verslaving willen we ook een plek creëren voor wat naasten meemaken. We willen de initiatieven die hier reeds rond bestaan zichtbaar maken, verstevigen en zoveel als mogelijk uitbreiden want we voelen dat deze plek er op heden nog veel te weinig is.
Een groep die onzichtbaar blijft
Er bestaan geen exacte cijfers over hoeveel naasten van iemand met een verslaving er in België zijn. Onderzoek die deze cijfers wereldwijd probeert in te schatten, gaat voorzichtig uit van gemiddeld minstens één volwassene die rechtstreeks meeleeft met elke persoon met een verslavingsprobleem (Bischof & Bischof, 2025); een minimale schatting, want ze houdt enkel rekening met directe gezinsleden, niet met kinderen uit huis, ruimere familie of vrienden. In het onderzoeksveld wordt er algemeen aangenomen dat het aantal familieleden dat door verslaving wordt getroffen, groter is dan het effectieve aantal mensen met een verslavingsprobleem zelf en dat verslaving binnen het gezin in aanzienlijke mate bijdraagt aan de wereldwijde mate aan fysieke en psychische gezondheidsklachten.
De onzichtbaarheid van naasten zit op twee niveaus.
Op maatschappelijk niveau blijft verslaving een onderwerp omgeven door stigma en dat stigma raakt niet enkel de persoon met de verslaving. Onderzoek aangehaald door dr. Clara De Ruysscher (UGent) tijdens een VAD-studiedag over stigma en herstel toont dat meer dan de helft van de mensen die drugs gebruiken het meeste stigma ervaren van hun eigen naasten, familie, partners of vrienden. Dat zegt iets over hoe geladen het onderwerp ook binnen families en vriendengroepen blijft. Diezelfde uiteenzetting wees erop dat mensen met een alcohol- of drugsproblematiek doorgaans sterker gestigmatiseerd worden dan mensen met andere psychische aandoeningen en dat dit patroon zich ook binnen de hulpverlening zelf laat zien. Ander onderzoek bevestigt dit beeld: verslaving behoort, samen met aandoeningen als schizofrenie en borderline, tot de meest hardnekkig gestigmatiseerde diagnoses - mede omdat verslaving in de publieke perceptie nog vaak wordt gezien als een kwestie van eigen schuld, eerder dan als een psychische aandoening (Van Boekel, Brouwers & Oudejans, 2018).
Wie naast iemand met een verslaving leeft, voelt zich vaak zelf mee-beschaamd en wordt deel van het stigma en zwijgt daarom net zo goed.
Op het niveau van de hulpverlening is er de laatste jaren wel groeiende aandacht voor naasten, maar die aandacht is relatief jong en nog niet overal structureel verankerd. Vlaamse organisaties zoals het VAD (Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en andere Drugs, www.vad.be) erkennen expliciet dat familieleden en andere naasten vaak bezorgdheid, boosheid en machteloosheid ervaren en dat er daarom groeiende aandacht nodig is voor hun positie en noden binnen de verslavingszorg. Maar dat de aandacht voor naasten nog volop in ontwikkeling is, hangt ook samen met een breder probleem: internationaal onderzoek toont dat zorgverleners zelf vaak negatievere attitudes hebben tegenover mensen met een verslaving dan tegenover mensen met andere chronische aandoeningen, wat de zorgverlening kan beïnvloeden (Bielenberg, Swisher, Lembke, Haug; 2021). Diezelfde onderzoekslijn wijst erop dat taalgebruik hierin een rol speelt: spreken over "een persoon met een verslaving" in plaats van "een verslaafde" blijkt de attitude van hulpverleners aantoonbaar positiever te maken (Van Boekel et al., 2013)**. Wanneer stigma zich al op dat niveau laat voelen, is het niet verwonderlijk dat ook de ondersteuning voor naasten trager op gang komt dan wenselijk is.
**Meer tips en handvaten over destigmatiserend communiceren vind je trouwens in de inspiratietekst van het VAD (naar: Inspiratietekst Taal en Stigma | VAD)
Wat het met een naaste doet?
Leven naast een verslaving is zelden een éénmalige gebeurtenis of crisis, het is een aanhoudende toestand van zich herhalende onrustwekkende situaties over een langere periode. Onzekerheid over wat de volgende dag brengt, waakzaamheid, het balanceren tussen zorgen en grenzen stellen en vaak een sluimerend gevoel van machteloosheid: het zijn stuk voor stuk factoren die op termijn wegen op de veerkracht en het mentale welzijn van een naaste. Onderzoek naar coping bij naasten (Orford et al., 1998; Petra, 2013) onderscheidt verschillende manieren om met de situatie om te gaan: actief proberen de ander te doen stoppen, het probleem dragen en jezelf wegcijferen of net afstand nemen en je eigen noden centraal stellen. Opvallend genoeg blijkt die laatste strategie net het meest beschermend voor het welzijn van naasten. Wie zichzelf volledig wegcijfert of blijft vechten voor controle over de verslaving van een ander, loopt net een groter risico op uitputting en overbelasting. Deze patronen zijn menselijk en begrijpelijk. Zeker als je voortdurend in overlevingsmodus zit, dan is naar binnen keren en afstand nemen van sociale activiteiten, hobby’s of engagementen buitenshuis vaak de kortste weg naar even rust. Maar op langere termijn versterkt net die terugtrekking het gevoel van alleen staan en dat gevoel is precies wat deze campagne wil doorbreken.
Kleine kanttekening hierbij, hoewel afstand nemen beschermend blijkt, is dit heel vaak niet de strategie die naasten ‘kiezen’ – vaak willen naasten net steunend aanwezig blijven of vrezen ze escalatie van de problematiek als ze een stap achteruit zetten.
Als naaste is de gewenste vorm van zelfzorg vaak een blijvende evenwichtsoefening tussen steun bieden en nabijheid bieden enerzijds en voldoende aandacht hebben voor de eigen noden en grenzen stellen anderzijds.
Waarom bespreekbaarheid het verschil maakt?
Iets bespreekbaar maken, verandert de situatie zelf niet, maar wel hoe zwaar ze aanvoelt om te dragen. Dat is geen toevallig gegeven, het is één van de meest consistente bevindingen binnen onderzoek naar stress en sociale steun: een last die je alleen draagt, weegt zwaarder dan diezelfde last gedeeld met iemand die luistert (Cohen & Wills, 1985). Je brein en lichaam reageren anders op stress wanneer je je niet alleen voelt staan. Verbondenheid werkt letterlijk regulerend: het kalmeert het lichaam en het herinnert je eraan dat je niet op elk moment alles zelf hoeft te dragen of op te lossen. Zolang een naaste geen woorden mag of durft geven aan wat er speelt, blijft de last bovendien een eenzame last en eenzaamheid in het dragen van iets zwaars is vaak zwaarder dan de last zelf. Wie zwijgt, draagt niet enkel de situatie, maar ook de stilte errond. Zodra het gezegd mag worden aan een partner, een vriend, een hulpverlener, ontstaat er ruimte, een gevoel van verbinding en gezien worden in het gewicht van zorgen en lasten. En net dat "niet alleen" is vaak al significant betekenisvol om het draagbaar te maken.
Dat is ook een van de redenen waarom laagdrempelige initiatieven zoals De Druglijn zo'n belangrijke rol spelen: naast informatie en advies voor mensen die zelf gebruiken, is er evengoed ondersteuning voor hun omgeving (zie: Bezorgd om iemand? - De Druglijn).
Bespreekbaarheid begint vaak klein, bijvoorbeeld met één gesprek waarin je je niet hoeft uit te leggen of te verantwoorden, maar gewoon gehoord wordt. Een luisterend oor die hoort waar het gewicht voor jou als naaste doorweegt.
Waarom zichtbaarheid & gedragenheid het verschil maakt?
Zichtbaarheid is de stap die verder gaat dan het individuele gesprek: het is de erkenning, ook maatschappelijk, dat naasten van iemand met een verslaving een eigen realiteit hebben die het benoemen waard is. Zolang deze groep onzichtbaar blijft, blijft ook het aanbod aan ondersteuning onzichtbaar voor wie het nodig heeft; mensen weten vaak simpelweg niet dat er iets bestaat voor hen, omdat er nooit over gesproken wordt. En de complexiteit en ondoordringbaarheid van het GGZ-landschap wordt nog groter voor naasten van iemand met een verslaving die geen professionele hulp wil opzoeken, dan zijn de toegangswegen naar hulp nog moeilijker vindbaar.
Ambassadeurs die hun verhaal delen, spelen hierin een sleutelrol. Wie zich herkent in een verhaal dat publiek verteld wordt, beseft: dit overkomt niet alleen mij. En dat besef is vaak de eerste stap richting hulp zoeken, een verhaal delen, de last benoemen, iemand in vertrouwen nemen in plaats van verder zwijgen.
Gedragenheid: het gevoel dat je er niet alleen voor staat, is de kern van waar deze campagne om draait. Sociale steun, erkenning en een luisterend oor lijken misschien klein tegenover de zwaarte van wat een naaste meemaakt, maar het eerder geciteerde onderzoek naar coping bij naasten van mensen met een verslaving wijst net op het belang van sociale ondersteuning als beschermende factor. Verbondenheid met anderen die begrijpen wat je meemaakt, verkleint het risico dat de last je volledig overweldigt.
Dat is ook waarom deze campagne niet stopt bij het delen van verhalen. Het gaat om het creëren van een plek, zowel hier online als live tijdens ons evenement, waar naasten elkaar kunnen ontmoeten, herkennen en voelen dat ze gedragen worden door anderen die hetzelfde meemaken of meemaakten.
Tot slot
Zichtbaarheid, bespreekbaarheid en gedragenheid zijn geen abstracte begrippen. Het zijn, stuk voor stuk, concrete keuzes: het gesprek aangaan in plaats van zwijgen, het verhaal delen in plaats van verbergen en de hand uitsteken in plaats van alleen te laten dragen.
Deze campagne is een uitnodiging om deze keuzes samen te maken voor iedere naaste die al te lang alleen draagt wat eigenlijk gedeeld mag worden. Daarnaast is deze campagne ook een luide stem aan ons allen om samen deze plek te creëren – onze boodschap luidt:
“Samen draagt Lichter”.
Bronnen
Bischof, G., & Bischof, A. (2025). Addiction-affected family members (AFMs): A group of colossal size world-wide. In G. Bischof, R. Velleman, J. Orford, A. Nadkarni, & M. Tiburcio (Eds.), Families affected by addiction (pp. 11–26). Springer.
Cohen, S., & Wills, T. A. (1985). Stress, social support, and the buffering hypothesis. Psychological Bulletin, 98(2), 310–357.
Bielenberg J., Swisher G., Lembke A., & Haug N.A., (2021). A systematic review of stigma interventions for providers who treat patients with substance use disorders. Journal of Substance Abuse Treatment, (131).
Van Boekel, L. C., Brouwers, E. P., Van Weeghel, J., & Garretsen, H. F. (2013). Stigma among health professionals towards patients with substance use disorders and its consequences for healthcare delivery: systematic review. Drug and alcohol dependence, 131(1), 23-35.
Petra, M. M. (2020). Coping with a loved one’s substance use disorder or gambling disorder: What strategies really help?. Journal of Loss and Trauma, 25(1), 86-98.
Orford J, Natera G, Davies J, Nava A, Mora J, Rigby K, Bradbury C, Bowie N, Copello A, Velleman R. (1998). Tolerate, engage or withdraw: a study of the structure of families coping with alcohol and drug problems in south west England and Mexico City. Addiction, 93(12):1799-813.

Opmerkingen